Toespraken

JoomlaWatch 1.2.12 - Joomla Monitor and Live Stats by Matej Koval

Inloggen



Nieuwsflits

Na de studiedag van 12 oktober is er van verschillende kanten gezegd dat het de moeite waard is om met het materiaal het land in te gaan. Vandaar dat wij besloten hebben om in te gaan op verzoeken om in kerken, gemeenten en verenigingen een presentatie te houden over het LIFE Model. Heeft u belangstelling? Stuur dan een email naar info@archippus.nl.
Banner
Thema Artikelen


Openbaringsdagen? Afdrukken E-mail

Zijn de scheppingsdagen van Genesis openbaringsdagen?

Sommigen menen dat de scheppingsdagen in Genesis in feite scheppingsperioden zijn. Zij baseren zich op de Bijbelse uitspraak dat 'één dag is als duizend jaar'. Anderen beweren dat tussen de eerste twee verzen van Genesis 1 een enorm lange periode is verstreken. Beide opvattingen bieden ruimte aan een evolutieproces dat zich uitstrekt over miljarden jaren. De eerste groep meent parallellen te zien tussen de evolutietheorie en het Bijbels scheppingsverhaal, maar gaan niet mee in het tijdschema dat Genesis 1 voorstelt. De tweede groep neemt het tijdschema wel serieus, maar meent dat deze betrekking heeft op een soort herschepping nadat de aarde door een catastrofe woest en ledig is geraakt. De oorspronkelijke schepping van hemel en aarde zou door middel van een langdurig evolutionair proces tot stand zijn gekomen.

Een derde groep mensen die Genesis 1 in verband wil brengen met de evolutietheorie, houdt vast aan de gedachte dat hier over dagen van vierentwintig uur wordt gesproken, maar meent dat met deze dagen geen scheppingsdagen worden bedoeld, maar openbaringsdagen. De Here God zou het verhaal van de schepping in zes dagen aan Adam of aan Mozes hebben geopenbaard. Hierdoor is het mogelijk dat het scheppingsverhaal een periode van miljarden jaren omvat. Alleen de vertelling ervan zou zich dan hebben voltrokken in een periode van zes dagen. De bekendste aanhanger van deze theorie is Percy J. Wiseman die ook de theorie heeft ontwikkeld dat Genesis in feite een compilatie is van een aantal kleitabletten met authentieke ooggetuigenverslagen. Hij heeft hierover een boek geschreven met als titel: "Creation revealed in six days."

De opvatting van Wiseman doet recht aan het taalkundig gegeven dat het Hebreeuwse woord 'yom' in de context van Genesis 1 uitsluitend de betekenis kan hebben van 'dag'. Als het de bedoeling was geweest om met het woord 'dag' een langere periode aan te duiden, had men beslist een ander Hebreeuws woord gebruikt. Bovendien zou er dan niet zijn vermeld dat iedere dag een avond en een morgen kende.

Is hiermee werkelijk een Bijbelse onderbouwing te geven voor de opvatting dat God niet in zes dagen heeft geschapen, maar verteld? Ik ben van mening dat een nauwkeurige lezing van de tekst deze mogelijkheid uitsluit. Toch mogen we niet nalaten om de claim van Wiseman zorgvuldig te onderzoeken. Hij meent dat het Hebreeuwse 'asah (maken) hier de betekenis heeft van 'tonen' en past deze leeswijze toe op Genesis 2:2-3 en Exodus 20:1. Het Hebreeuwse mela'khto dat in onze vertaling met 'Zijn werk' wordt weergegeven, vertaalt hij met 'Zijn bezigheid'. Daarmee wekt hij de indruk dat dit woord betrekking zou hebben op het vertellen van het scheppingsverhaal en niet op de schepping zelf. Een dergelijke vertaling komt echter erg geforceerd over. Bovendien is er volgens het Hebreeuwse woordenboek van Genesius geen enkele aanwijzing om 'asah hier te vertalen met 'tonen'. Van de 696 keer dat dit woord in de Bijbel wordt gebruikt, wordt het 653 keer vertaald met 'maken' en 43 keer met 'tonen'. Overal waar voor de vertaling 'tonen' is gekozen, gaat het om oude uitdrukkingen met abstracte begrippen, zoals het tonen van vriendelijkheid, genade, goedheid en liefde. Ook hier gaat het in essentie niet om het 'tonen' van een bepaalde emotie of gedrag, maar om het feit dat deze wordt 'voortgebracht' of 'geproduceerd'. Iemand die liefde toont, brengt deze emotie voort. Deze betekenis past bij het Hebreeuwse 'asah. Wanneer dit woord wordt gebruikt in combinatie met een concreet begrip als hemel of aarde, kan het alleen maar 'maken' betekenen en niet 'vertellen'. Kortom: de theorie van Wiseman is wat mij betreft onhoudbaar.

 
Cursus Hermeneutiek I [Blok 3] Afdrukken E-mail

3.1 Analyse van het genre

Probeer eerst vast te stellen tot welk genre literatuur de te bestuderen tekst behoort (als je het telefoonboek leest als een roman, dan gaat er iets niet goed). Men kan onderscheid maken in onder meer:

A. proza (ongebonden stijl)

  • toespraken
  • verslagen (brieven, lijsten, wetten, enz.)
  • geschiedkundige verhalen

B. poëzie (een derde van de bijbel!)
C. profetische en apocalyptische literatuur

Voorbeeld
Het boek Hebreeën wordt traditioneel opgevat als op een brief, maar vertoont veel overeenkomsten met een joods-hellenistische preek (13:22):

  1. het gebruik van de ‘wij-vorm’ en het aanspreken met ‘jullie’,
  2. het gebruik van de term ‘broeders’ waarmee de gemeente werd aangesproken,
  3. het gebruik van de woorden ‘daarom’ en ‘om deze reden’ om de overgang tussen een uiteenzetting (these) en een vermaning (parenese) aan te geven,
  4. de warme persoonlijke toon,
  5. het gebruik van de Septuaginta,
  6. het gebruik van de Pentateuch en de Psalmen,
  7. het voorafgaan van aanhalingen met een rhetorische vraag,
  8. de aanwezigheid van een vermaning (parenese).

Het lijkt er op dat Hebreeën een opgeschreven preek is, die nadat het op schrift is gesteld als brief aan de gemeenten is toegezonden. De pen van de schrijver is de stem van de spreker.

Deze wetenschap kan van belang zijn voor de wijze waarop wij de tekst lezen en trachten te verstaan.

3.2 Analyse van de stijl

De simile. De simile is een stijlfiguur waarbij men een zaak of eigenschap nader bepaalt door haar overeenkomst met een andere gelijkenis (bijv. ‘een kleur als vuur’).

  • Exodus 16:14: iets ‘als rijm op de aarde’
  • Exodus 16:31: het was wit ‘als korianderzaad’; de smaak was ‘als die van een honingkoek’
  • Hosea 12:12:  hun altaren zullen ‘als steenhopen’ worden
  • Psalm 133:2-3: het is ‘als de kostelijke olie op het hoofd’; het is ‘als dauw van de Hermon’

Ook in Hebreeën kunnen we deze stijlfiguur tegengekomen:

  • Hebreeën 1:4: zoveel machtiger ‘als Hij uitnemender naam boven hen als erfdeel ontvangen heeft’.
  • Hebreeën 1:11,12: zij zullen alle ‘als een kleed’ verslijten; ‘als een mantel’ zult gij ze oprollen; ‘als een kleed’ zullen zij ook verwisseld worden

In hoofdstuk 3 komen wij dit stijfiguur tegen in de vergelijking met Mozes:

  • Hebreeën 3:2: ‘evenals ook Mozes getrouw was in geheel zijn huis’
  • Hebreeën 3:3: ‘als de bouwmeester hoger eer geniet dan het huis’
  • Hebreeën 3:5: Mozes ‘als dienaar’
  • Hebreeën 3:6: Christus ‘als Zoon’

We komen dit stijlfiguur hier ook in negatieve zin tegen, als contrast:

  • Hebreeën 3:5,6: Mozes was getrouw als dienaar, maar Christus als Zoon

De gelijkenis (parabel - paraballo betekent: langszij plaatsen). De gelijkenis is een verlengde vergelijking. Zaken die vergeleken worden, worden hier naast elkaar geplaatst.

  • Jesaja 5:1-7

Het doel van algemene gelijkenisen is om ideeën en waarheden in een aantrekkelijke vorm te gieten, zodat het beter wordt onthouden en de ander beter zal aanspreken.
Bij de gelijkenissen van de Here Jezus zien we nog een ander doel, namelijk om de waarheid aan zijn discipelen te openbaren en deze tegelijkertijd te verbergen voor hen die hun hart verhard hebben.

Hermeneutische regels voor gelijkenis (en allegorie - zie bij Analyse van de stijl, onderdeel 4):

  1. de historische situatie en het doel van de gelijkenis dienen goed onderzocht te worden;
  2. de verschillende onderwerpen dienen te worden geanalyseerd en iedere vorm van beeldspraak te worden geobserveerd;
  3. de verschillende onderwerpen dienen te worden bezien in het licht van het geheel.

Simile + verlenging = gelijkenis

Metafoor. De metafoor is een stijlfiguur waarin met gebruikt maakt van een beeldspraak, waarbij het eigenlijk aangeduide geheel door het beeld is bedekt (bijv. ‘het schip der woestijn’ als aanduiding voor een kameel). De zaken die worden vergeleken, staan hier niet - als bij de simile - naast elkaar.

  • Hosea 8:7: wind zaaien en storm oogsten
  • Jesaja 33:11: gij gaat zwanger van stro stoppelen baren; brood des levens, licht der wereld

Ook in Hebreeën komen we metaforen tegen:

  • Hebreeën 5: melk, vaste spijs, zuigeling, volwassene
     
 
Cursus Hermeneutiek I [Blok 2] Afdrukken E-mail

2.1 De context

Wanneer we een tekst bestuderen, dan moeten we verschillende zaken goed in de gaten houden:

  1. de interne context,
  2. de externe context,
  3. de context van de exegeet (dit valt buiten het bereik van deze cursus en wordt besproken in de cursus Hermeneutiek II).

In schema ziet dit er als volgt uit:

Onder de externe context van de tekst verstaan we onder meer:

  • de historische en culturele achtergronden van de tijd waarin de tekst is geschreven,
  • de persoonlijke achtergronden van de schrijver die de tekst heeft opgesteld, en eventueel ook van de geadresseerden,
  • eigenlijk moeten wij hier ook de tekstgeschiedenis toe rekenen; dit betekent dat we ons dienen af te vragen of er wellicht verschillen zijn in de handschriften die ons zijn overgeleverd en of wij wel beschikken over de tekst in zijn meest zuivere vorm. Wij zullen ons hiermee echter in deze cursus niet bezighouden. Dit onderwerp komt aan de orde bij de cursussen Hebreeuws en Grieks.

Onder de interne context van de tekst verstaan we onder meer:

  • de onmiddellijke context van de tekst: de verzen onmiddellijk voorafgaand en volgend op de betreffende tekst;
  • de context in relatie tot de alinea, de paragraaf en het hoofdstuk, waarin de tekst is opgenomen;
  • de context van het hele dokument;
  • de context van de bijbel als geheel.

In schema gezien ziet dit er als volgt uit:

 

2.2 De interne context

Een tekst is ingebed in zinnen die vaak met deze tekst samenhangen. De regel ervoor en erna vormen zo de onmiddellijke context waarin de tekst tot ons komt. Zij maken op hun beurt deel uit van een alinea.
Een alinea bestaat uit samenhangende zinnen waarin een bepaald onderwerp aan de orde komt. Zodra dat onderwerp is afgerond, volgt een nieuwe alinea. Een afgerond geheel van alinea´s noemen we een paragraaf.
Een paragraaf introduceert meestal een nieuw gedeelte in het hoofdstuk. Meestal wordt zo´n nieuw gedeelte voorzien van een tussenkopje of een ondertitel, maar dit hoeft niet altijd zo te zijn. Bovendien moeten we er rekening mee houden, dat deze indeling en benaming van de bijbelvertalers afkomstig zijn en niet van de bijbelschrijvers. Het zal niet de eerste keer zijn dat wij hierdoor op het verkeerde been zijn gezet.

Lezen: Matth. 10:17-27. De eerste alinea loopt van 17-23, de tweede van 23-27.

Vraag: Waar moet je op letten om alinea´s en paragrafen van elkaar te scheiden?

  • een woord, zin of uitdrukking kan als een introductie voor een nieuw gedeelte worden gebruikt. Bijvoorbeeld: I Cor. 5:1: "Inderdaad, men spreekt van hoererij onder u.". Woorden, waarop wij alert dienen te zijn, zijn onder meer: vervolgens, verder, bovendien, wat meer is, tevens, daarnaast, integendeel, in tegenstelling daarmee, tenslotte, enz.
  • het gebruik van een retorische vraag kan een nieuw gedeelte inluiden. Bijvoorbeeld: Rom. 3:9: "Wat dan? Worden anderen boven ons gesteld?". Vooral in de brieven komen we dit nogal eens tegen.
  • Een (verandering van) tijdsaanduiding kan aangeven dat hier een nieuw gedeelte begint. Bijvoorbeeld: Matth. 17:1: "En zes dagen later nam Jezus Petrus en Jacobus en zijn broeder Johannes mede.".
  • Een verandering van spreker, omgeving, plaats, gedachte enz. duidt op een overgang in de boodschap. Bijvoorbeeld: Mc. 7:24: "En Hij stond op en vertrok vandaar naar het gebied van Tyrus.".
  • een woord, zin of uitdrukking kan als niet alleen als introductie, maar ook als een afsluiting van een gedeelte worden gebruikt. Bijvoorbeeld: Matth. 16:4: " En Hij verliet hen en ging heen".

Samenvattend kan worden gesteld dat men voor het onderscheiden van de verschillende onderdelen heel goed moet letten op veranderingen in vorm en inhoud van de tekst.

Voorbeeld. Het 'toledot' uit Genesis

In Genesis 2:4 staat: 'Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde'. De Hebreeuwse uitdrukking voor 'geschiedenis' is 'toledot'. In de Statenvertaling wordt dit woord vertaald met 'geboorte', omdat het woord aangeeft dat er iets gebeurt wat ergens toe leidt. Het woord 'toledot' zegt heel kort wat voorafgegaan is om vervolgens het gevolg of het produkt van het baren te beschrijven. Genesis 2:4 zouden we eigenlijk moeten lezen als: 'het begon met de schepping van hemel en aarde en het liep uit op de mensheid'.
Genesis kent tien van deze 'toledots', namelijk:

  1. Gen. 2:4 - toledot van hemel en aarde (Gen. 4:26)
  2. Gen. 5:1 - toledot van Adam (Gen. 6:8)
  3. Gen. 6:9 - toledot van Noach (Gen. 9:29)
  4. Gen. 10:1 - toledot van Noach's zonen (Gen. 11:9)
  5. Gen. 11:10 - toledot van Sem (Gen.11:26)
  6. Gen. 11:27 - toledot van Terach (Gen. 25:11)
  7. Gen. 25:12 - toledot van Ismaël, zoon van Abraham (Gen. 25:18)
  8. Gen. 25:19 - toledot van Isaäk (Gen. 35:29)
  9. Gen. 36:1 - toledot van Ezau (Gen. 37:1)
  10. Gen. 37:2 - toledot van Jacob (Gen. 50:26)

Elk van deze 'toledots' geeft aan: hiermee begon het, om vervolgens iets anders te gaan beschrijven, namelijk hetgeen hieruit is voortgekomen. De ene toledot blijkt tevens het einde van een reeks en het begin van een volgende reeks aan te geven, zodat we deze tien blokken als afzonderlijke eenheden binnen Genesis zouden kunnen opvatten. Het zal duidelijk zijn dat deze onderverdeling van belang is bij de verklaring van de tekst, die wij onder handen hebben.

Een belangrijk instrument van de hermeneutiek is het in kaart brengen van de onderdelen waaruit een boek of bijbelgedeelte is opgebouwd. Hiervoor worden over het algemeen de twee volgende methoden gebruikt.

2.2.1 Het structuuroverzicht

In de eerste methode worden de verschillende onderdelen van een bijbelboek onderscheiden en benoemd. De afzonderlijke delen van de tekst worden 'gelaagd' weergegeven en van een titel voorzien.

Voorbeeld. De brief van Paulus aan de Romeinen

Het opstellen van een dergelijk overzicht van de structuur helpt om de lijn van het boek in beeld te krijgen. Men wordt enerzijds gedwongen om onderscheid te maken en anderzijds om verbanden te leggen. Deze verbanden komen tot uitdrukking in de verschillende 'lagen' van de tekst en de keuze van de titels.

Wanneer men eenmaal een dergelijke structuur heeft opgesteld, is  het een heel handig hulpmiddel om een tekstgedeelte heel snel in te passen in de totale boodschap van het boek.
In bijna ieder commentaar wordt de lezer een dergelijke structuurindeling aan de hand gedaan.

Opdracht. Het structureren van een boek kan grof of fijn gebeuren. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om Rom. 1:18-32 nog verder uit te werken. Probeer het maar eens.

Een nadeel van deze methode is, dat hij één-dimensionaal is. Er wordt door de keuze van de titels slechts één verhaallijn aangegeven, terwijl het in werkelijkheid heel goed mogelijk is, dat er meerdere verbanden en thema's aan de orde worden gesteld. Om deze reden wordt er door sommigen een andere methode voorgesteld: het panoramisch overzicht.

2.2.2 Het panoramisch overzicht

Met deze methode wordt een meerdimensionaal overzicht van het bijbelboek opgesteld, dat kan worden aangevuld met symbolen en figuren om de onderlinge samenhang aan te geven. Eén van de bekendste exegeten op dit terrein is Irving J. Jensen. Zijn overzicht van de brief aan de Romeinen ziet er ongeveer zo uit.

In de schuine delen aan de bovenzijde kunnen de paragraaftitels worden vermeld, zoals deze ook in het structuuroverzicht worden aangegeven. In de blokken daaronder kunnen de gesignaleerde verbanden worden aangegeven en worden geaccentueerd met pijlen en andere figuren. Daarnaast kan men nog melding maken van sleutelwoorden en sleutelverzen.

Deze methode biedt een meer visueel ingesteld overzicht van een bijbelboek. Het is heel toegankelijk en overzichtelijk en men kan er alles in kwijt wat men in de tekst aan verbanden meent te signaleren.
De kracht van deze methode is tegelijkertijd zijn grote zwakheid, omdat de exegeet wordt verleid om verbanden te onderscheiden die er in werkelijkheid niet zijn. Hij of zij dient hiermee dan ook terughoudend om te springen.

Waar deze methode een helder overzicht kan bieden voor een heel bijbelboek, kan dit uiteraard ook voor een gedeelte hiervan.

Tenslotte dienen we nog in de gaten te houden dat we de informatie die voorhanden is, plaatsen in het licht van de gehele Schrift. We dienen ons rekenschap te geven van de vraag of er elders in de bijbel over hetzelfde onderwerp wordt geschreven. Indien dit zo is, dan zal men deze informatie in gedachten moeten houden bij de bestudering en uitlegging van de tekst.

Opdracht. Stel ten behoeve van de tekst die je voor nader onderzoek hebt uitgekozen een structuuroverzicht of een panoramisch overzicht samen.

2.3 De externe context

Hiervoor hebben we al vermeld dat we in deze cursus onder de noemer van 'externe context' van de tekst onder meer verstaan:

  • de historische en culturele achtergronden van de tijd waarin de tekst is geschreven,
  • de persoonlijke achtergronden van de schrijver en de geadresseerden,
  • de tekstgeschiedenis.

Globaal geformuleerd gaat het hier om een onderzoek naar de algemene inleidingsvragen en specifieke achtergrondinformatie.

2.3.1 De inleidingsvragen

De inleidingsvragen van een bijbelboek worden behandeld bij de bespreking van de afzonderlijke bijbelboeken. De volgende vragen worden tot de inleidingsvragen gerekend:

  • Wie is de auteur van het boek? Wat is dit voor iemand? Wat is zijn situatie op het moment van schrijven?
  • Aan wie is het boek gericht? Wat zijn dit voor mensen? Hoe ziet hun culturele achtergrond eruit?
  • Wanneer is het boek geschreven?
  • Wat is de aanleiding voor het schrijven dit boek?
  • Waarom en waartoe is het boek geschreven?
  • Is de voorliggende tekst betrouwbaar?

Het komt erop neer dat je je zo goed mogelijk probeert in te leven in de ontstaansgeschiedenis van het geschrift. Je moet als het ware in de huid van de schrijver kruipen en je proberen voor te stellen wat er in hem omging.
Omdat het geschrift is bedoeld voor specifieke hoorders uit de Oudheid, is het ook van belang dat wij proberen ons in te leven in hoe de tekst bij hen overkomt. Daarom is het ook van belang zoveel mogelijk achtergrondgegevens over de toehoorders te verkrijgen.

Vraag. Bespreek van ieder punt het belang voor het verstaan van de Schrift.

2.3.2 Achtergrondinformatie

Het tekstgedeelte dat wordt bestudeerd kan vaak beter worden begrepen wanneer we achtergrondinformatie opdoen over specifieke zaken die in de tekst worden beschreven.

Deze achtergrondinformatie kan betrekking hebben op onder meer:

  • theologische,
  • historische,
  • culturele,
  • economische,
  • sociale,
  • politieke,
  • geografische,
  • topografische zaken.

Er zijn allerlei hulpmiddelen beschikbaar om meer zicht te krijgen op de externe context van een tekst: een bijbelse atlas, bijbelse encyclopedie, bijbels woordenboek, biografieën, enz.

Opdracht. Werk de externe context uit ten behoeve van de gekozen tekst.

 

 
Cursus Hermeneutiek I (Blok 1) Afdrukken E-mail

1.1 Wat is hermeneutiek?

Enkele definities:

  • 'hermeneutics is the science and art of Biblical interpretation', (Bernard Ramm).
  • 'the study of the methodological principles of interpretation and explanation; specif: the study of the general principles of biblical interpretation' (Webster's Third International Dictionary).
  • 'hermeneutics entails a study of the processes and operative conditions of transforming texts, in both senses of the phrase (understanding and misunderstanding). It also raises a large network of related questions about goals and models of interpretation, and what each may be thought to presuppose and to effect' (Anthony C. Thiselton).

Het Griekse woord hermeneuo betekent zoveel als: zeggen, uitspreken, uitdrukken, uitleggen, verklaren en vertalen, vertolken. Het hieraan verwante woord hermeneuon betekent: tolk.

Hermeneutiek is de leer van de uitlegging van teksten. Dit is een wetenschappelijke aangelegenheid, waarvan filologische analyse en historische studie een belangrijk deel uitmaken.
Maar er is nog een ander element met de hermeneutiek verbonden, die door de Grieken goed is aangevoeld. Het woord 'hermeneuo' hangt namelijk nauw samen met de naam 'Hermes', de naam van de bode, die de boodschap der goden aan de mensen overbrengt. Hij is de uitlegger van de goddelijke bevelen en wel op een zodanige wijze dat mensen op menselijke manier, in taal en aards begrip, de boodschap verstaan. Ook dit element verdient onze aandacht. Vandaar dat er in de omschrijvingen wordt gesproken over 'art' en over 'transforming texts'.

Vraag: Wat hebben hermeneutiek en exegese met elkaar te maken? - De hermeneutiek formuleert de regels voor de exegese. Zij vormt de gereedschapskist waarmee de exegeet als vakman aan het werk gaat.

1.2 Wat bepaalt het verstaan?

Dat het uitleggen van een tekst niet altijd even gemakkelijk en eenduidig is, blijkt wel uit de volgende, eenvoudige tekst.

'En terwijl zij (de discipelen) tot het volk spraken, overvielen hen de priesters' (Hd. 4:1)

Vraag: Op welke verschillende manieren kunnen we deze tekst verstaan?

Mogelijke antwoorden zijn:

  • zij worden door de priesters neergeknuppeld;
  • zij worden door de priesters in de rede gevallen;
  • zij worden door de priesters benaderd;
  • het volk wordt door de priesters neergeknuppeld;
  • het volk wordt door de priesters in de rede gevallen;
  • het volk wordt door de priesters benaderd.

De wijze waarop wij een tekst verstaan, wordt enerzijds bepaald door het materiaal dat ons wordt aangeboden, anderzijds door de vooronderstellingen en verwachtingen die bij onszelf leven.
Vanuit grammaticaal oogpunt lijkt het minder aannemelijk dat de actie van de priesters tegen het volk is gericht, maar ook in ons verwachtingspatroon ligt het niet voor de hand dat dit gebeurt, zodat de laatste drie mogelijkheden al snel afvallen.

Hoe de eigen vooronderstelling bij het verstaan van de Schrift meespelen, kunnen wij zien in het werk van Rudolph Bultmann (1884-1976). Voor Bultmann staat het onomstotelijk vast dat de hedendaagse mens niet in wonderen kan geloven. De volgende woorden zijn beroemd geworden: 'Man kann nicht elektrisches Licht und Radioapparat benützen, in Krankheitsfällen moderne medizinische und klinische Mittel in Anspruch nehmen und gleichzeitig an die Geister- und Wunderwelt des Neuen Testaments glauben.'

Vanuit dit uitgangspunt kan hij niets beginnen met verhalen over de spijziging van de vijfduizend, de zondeval van Adam en Eva, de kruisiging, de maagdelijke geboorte en de opstanding. Of die verhalen teruggaan op een 'waar gebeurd' verhaal is voor hem volstrekt irrelevant. Zij voeren alleen maar naar een verouderd wereldbeeld en schenken geen geloof.

Waar het volgens hem in die verhalen werkelijk om gaat, is dat God mensen uit hun vaste structuren bevrijdt om in het geloof alles op te geven en zo alles te winnen en niets te bezitten. In de uitleg gaat het erom tot deze tijdloze kern door te dringen. Deze wijze van uitleg noemde hij 'Entmythologisierung'.

De benadering van Bultmann klinkt ons - evangelische christenen - misschien wat al te kras in de oren, maar welke rol speelt onze eigen opvattingen wanneer wij de volgende teksten uitleggen:

  • I Cor. 11:5
  • Matt. 19:9
  • Rom. 3:12

Voor een goed verstaan van de Schrift dienen wij rekening te houden met zowel het tekstmateriaal dat ons ter beschikking staat als onze opvattingen die dit materiaal bij voorbaat inkleuren.

Desondanks zal er wel altijd enige ruimte blijven tussen ons verstaan en de bedoeling van de auteur. Dit blijkt wel uit de vele kilometers literatuur die over de bijbelse exegese is verschenen. Hier past ons nederigheid en bescheidenheid.

1.3 De opzet van deze cursus

De moderne hermeneutiek maakt de zaak echter nog ingewikkelder, omdat zij de bijbelschrijvers niet alleen ziet als brengers van een boodschap: op hun beurt zijn ook zij weer vertolkers. Zij proberen namelijk het Woord van God, dat tot hen gekomen is, in menselijke taal om te zetten en op hun lezers over te dragen.

Hoe zwaar men dit element wil laten meewegen, wordt bepaald door de visie die men heeft op de inspiratie van de Schrift. Wij zullen hier in deze cursus geen aandacht aan besteden, omdat wij ervan uitgaan dat God garant staat voor zijn Woord. Zijn betrokkenheid bij de totstandkoming van de Bijbel garandeert zijn betrouwbaarheid. Voor een behandeling van de inspiratieleer verwijs ik naar de reader, waar de verschillende opvattingen worden genoemd, en naar de cursus Bibliologie, waar ook de argumenten aan de orde worden gesteld.

In deze cursus besteden wij ook geen aandacht aan het referentiekader van de lezer, maar volstaan met de vaststelling dat diens eigen vooronderstellingen bewust of onbewust bij het verstaan betrokken zijn. Voor een verdere behandeling hiervan wordt verwezen naar de cursus Hermeneutiek II, waar de geschiedenis van de hermeneutiek wordt behandeld en dus ook de actuele problematiek van de hermeneutiek aan de orde wordt gesteld.

In de cursus Hermeneutiek I houden wij ons uitsluitend bezig met de instrumenten die de hermeneutiek aanreikt om de tekst, die wij willen bestuderen, te hanteren.

Van belang is nog op te merken dat de toegankelijkheid van de tekst nog eens extra wordt bemoeilijkt door:

  • een historische kloof;
  • een culturele kloof;
  • een taalkundige kloof.

Vraag: Als er dan zoveel zaken zijn die een goed verstaan van de Schrift, bemoeilijken, kunnen wij dan ooit tot een werkelijk verstaan komen?

Over deze vraag kunnen we dagen met elkaar discussiëren. De bibliologie leert dat de Schrift voldoende helder is om Gods heil op het spoor te komen. Wat de grenzen van ons verstaan betreft: in de praktijk van de exegese zullen we deze aan den lijve ervaren. Dan zal blijken wat wel duidelijk wordt en wat niet. En om daarbij zo ver mogelijk te komen, kunnen we de hoofdregels van de hermeneutiek hanteren.

  1. Analyseer de inhoud, de stijl en de context
  2. Analyseer de achtergrond (de zgn. inleidingsvragen)
  3. Analyseer de vorm en de structuur
  4. Analyseer de kernwoorden
  5. Vergelijk commentaren
  6. Pas de tekst toe

Deze hermeneutische regels dienen zo te worden toegepast dat de bijbel niet met zichzelf in tegenspraak is.

Opdracht

  1. Kies uit het Nieuwe Testament een tekst, die je altijd heeft geïntrigeert, maar waarvan je nooit de betekenis hebt kunnen achterhalen.
  2. Stel de directe context van deze tekst in concept vast.
  3. Probeer dit tekstblok in een schematisch overzicht weer te geven.

 

 
Het mysterie van de maan Afdrukken E-mail

mysterie_van_de_maan.png

 

 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 7
RocketTheme Joomla Templates