Inloggen
Nieuwsflits
| Na de studiedag van 12 oktober is er van verschillende kanten gezegd dat het de moeite waard is om met het materiaal het land in te gaan. Vandaar dat wij besloten hebben om in te gaan op verzoeken om in kerken, gemeenten en verenigingen een presentatie te houden over het LIFE Model. Heeft u belangstelling? Stuur dan een email naar info@archippus.nl. |
| Ytsma, Boele P. - Van de kaart, manifest van een gepassioneerde twijfelaar |
|
|
|
Mijn eerste reactie na lezing van dit boek was: de geschiedenis herhaalt zich. Mijn gedachten gingen terug naar theoloog en hoogleraar Harry Kuitert, bij wie zich vanaf de jaren zestig een ontwikkeling van orthodox naar vrijzinnig heeft voltrokken. Zijn boeken hebben de Gereformeerde Kerken destijds in grote beroering gebracht. In ieder nieuw boek zag hij weer kans om opnieuw een schil van het christelijk geloof af te pellen, totdat hij en met hem vele anderen uiteindelijk met lege handen bleken te staan. Vanaf 1998 blijkt zich een soortgelijke verandering te hebben voltrokken in het leven van Boele Ytsma, een theoloog die met beide benen in de evangelische beweging stond. Ik denk dat de gebeurtenis an sich niet zo bijzonder is: ik ken meer mensen die na een geloofscrisis anders zijn gaan geloven. Wat hem bijzonder maakt, is dat Ytsma hiermee – net als Kuitert – naar buiten treedt en zijn omgeving deelgenoot wil maken van “de verandering”. Waarom doet hij dit? In het boek Van de Kaart schrijft Ytsma openhartig over de metamorfose in zijn denken, die hem is overkomen en waartegen hij zich niet heeft kunnen verzetten. Omdat hij de taal van de evangelische beweging als geen ander kent, houdt dit boek opnieuw de gemoederen bezig, hoewel de commotie ditmaal niet zo groot is als destijds in de Gereformeerde Kerken het geval was. De evangelische beweging is groot geworden door mensen die zich wilden distantiëren van het gedachtegoed van Kuitert en de zijnen, maar inmiddels is ook hier een nieuwe generatie aangetreden. Hoe velen van hen zullen Ytsma op deze weg volgen? Ik ben bang dat wij onderschatten wat er gaande is. Ik ben er namelijk van overtuigd dat hij niet degene is, die de oorzaak is van al deze onrust. Hij maakt slechts bewust wat latent reeds lang aanwezig is... Ik ken Boele nog uit mijn studietijd. Wij hebben in dezelfde periode aan de Vrije Universiteit gestudeerd. Ik weet nog hoe hij en een andere student die eveneens afkomstig was van de Evangelische Hogeschool, bij een docent om een vrijstelling gingen vragen, omdat zij dat vak al hadden gevolgd. Onmiddellijk werd het briefje dat zij haar voorlegden, ondertekend. Toen zij de collegezaal hadden verlaten, vertelde zij de overige aanwezigen dat zij helemaal geen zin had om deze jongens onder haar gehoor te hebben. “Mijn colleges zijn aan dat soort niet besteed, want zij pikken de essentie toch niet op.” Ik ben onmiddellijk opgestaan en heb mijn vrijstellingsbriefje ook door haar laten ondertekenen. Helaas heeft zij – wat Boele betreft – geen gelijk gehad. De existentiële crisis waarover Ytsma schrijft, ken ik ook. Dit kan bijna niet anders, want ik heb dezelfde studieboeken doorgewerkt en ben met dezelfde vraagstukken in aanraking gekomen. Toch ben ik er op een andere manier uitgekomen dan hij: dwars door alles heen ben ik een orthodox-evangelische gelovige gebleven. Hoe is het mogelijk dat wij hierop zo verschillend hebben gereageerd? Ik heb hiervoor een mogelijke verklaring gevonden, die ik heb ontleend aan de wetenschapsfilosofie. Wij, mensen, zijn namelijk gewend om onze opvattingen te ordenen in een paradigma, een referentiekader of wereldbeeld. Dit paradigma is zorgvuldig opgebouwd door onze opvoeding en het onderwijs dat wij van jongs af aan hebben genoten en wordt gekenmerkt door een sterke onderlinge samenhang van opvattingen. Tegelijkertijd kent ieder van ons een aantal opvattingen die zich niet met dit paradigma laten rijmen. Men spreekt in dit verband wel over anomalieën. Zo is de opvatting dat God de wereld in zes dagen van 24 uur heeft geschapen, moeilijk in te passen in een paradigma dat doortrokken is van Darwins’ evolutie. Maar dit geldt ook voor de opvatting dat zich in ons zonnestelsel planeten bevinden, die een tegengestelde rotatierichting hebben, omdat dit met de oerknalhypothese heel moeilijk is te verklaren. Wanneer het aantal van deze anomalieën in ons denken almaar toeneemt, wordt er uiteindelijk een kritische grens bereikt, waarna bij ons de stoppen doorslaan. Er ontstaat dan een crisis die ervoor zorgt dat het paradigma ineenstort (op basis hiervan heeft men zelfs een techniek ontwikkeld om sekteleden te deprogrammeren). Deze crisis is onafwendbaar en heeft zowel Boele als mij overvallen. Onze paradigma’s bleken langzaam maar zeker overwoekerd door opvattingen die hiermee niet in overeenstemming waren. Zij hadden ongemerkt al het cement tussen de stenen weggevreten. Er ontstonden grote scheuren in onze paradigma’s en het leek alsof het definitieve verval niet lang meer op zich zou laten wachten. Dit moment wordt door Boele het instorten van “de kathedraal van het zeker weten” genoemd. Ik vind het een aansprekende term, maar tegelijk is hij ook bijzonder misleidend. Hij verhult namelijk dat er na het ineenstorten van een paradigma altijd weer een nieuw paradigma verrijst. Wij mensen kunnen namelijk niet zonder een dergelijk kader! Het nieuwe paradigma van Ytsma zou je kunnen omschrijven als het zeker weten dat je niet zeker kunt weten (door hem heel 'nietig' aangeduid als: een ander 'verhaal'). Dit is het nieuwe referentiekader dat zijn opvattingen vormt, ordent en samenhang geeft. De verheerlijking van de twijfelaar als pionier en profeet die inmiddels in een tweede boek een vervolg heeft gekregen, spreekt in dit verband letterlijk boekdelen. Toen de crisis bij mij toesloeg, heb ik even hetzelfde perspectief als Ytsma overwogen. Heel even maar. Ik had om mij heen gezien dat het niet onmogelijk was om na het loslaten van de Grote Verhalen opnieuw een hecht bouwwerk op te bouwen, maar het ontwerp hiervan beviel mij totaal niet; ik had het idee dat er geen fundament onder zat. En zo’n referentiekader wilde ik niet! Ik was niet bereid om op deze manier mijn leven opnieuw in te richten. De paradox van het zeker weten dat men niets zeker weet was voor mij zó groot dat ik dit doodeenvoudig niet als een samenhangend en ordenend referentiekader voor mijn denken kon aanvaarden. Het klopte niet. Ik vond dit te absurd om als ijkpunt te kunnen dienen. Alles liever dan dat. Ik denk dat dit de reden is dat mijn weg een andere is geworden dan die van Boele Ytsma. Ik wilde koste wat kost zeker weten waarvan ik zeker kon zijn. Daarom heb ik weloverwogen gekozen voor een andere stelregel die door de wetenschapsfilosofie wordt aangereikt: je houdt iets voor waar totdat het tegendeel is bewezen. Dit gaf mij de rust om zowel mijn strijdige overtuigingen als mijn referentiekader opnieuw te wegen en te waarderen. Volgens Boele zou deze aanpak tot een gedrocht van een kathedraal moeten leiden, maar ik heb gemerkt dat het in veel gevallen al voldoende was om het voegwerk te vernieuwen. Zelfs bij hem zie ik iets van dit behoudende terug als hij besluit om het Paasfeest te vieren zoals hij dat voorheen ook heeft gedaan. Het belangrijkste verschil tussen Ytsma en mij is de plaats die wij beiden toekennen aan de Schrift. Waar bij Ytsma de Bijbel ergens aan de achterkant is terechtgekomen (en toch weer opnieuw wordt gelezen), ligt de Bijbel bij mij nog steeds aan de voorkant. Ik heb hier heel bewust voor gekozen omdat dit voor mij als basis van zekerheid absoluut onopgeefbaar was. Koste wat kost wilde ik vasthouden aan de zekerheid dat de Schepper van hemel en aarde Zichzelf in Zijn Woord op een bijzondere manier aan ons heeft geopenbaard en dat Hij de openbaring wie Hij is, op een bijzondere manier voor ons heeft geopenbaard. Ondanks het feit dat deze overtuiging zwaar onder druk stond, bleef ik mijzelf voorhouden dat er geen aanleiding is om te denken dat dit niet zo zou zijn. Ik heb mijzelf plechtig beloofd dat ik hieraan zou vasthouden totdat het tegendeel was bewezen. Dat moment is nog steeds niet aangebroken en lijkt verder weg dan ooit. Wat ik Ytsma kwalijk neem, is dat hij zijn eigen gelijk probeert te bewijzen door tegenstellingen in het leven te roepen, die geen tegenstellingen zijn: “door de bijbel de kern van geloven, belijden en theologie te maken, hebben we van inzichten en waarheden het doel gemaakt. Niet het leven met God is het doel, maar de navolging van zijn beleid is belangrijk geworden” (p. 39). Zijn boek staat bol van dit soort uitspraken. Maar wie prikt hier doorheen? Ytsma roept hiermee namelijk dilemma’s op, die geen dilemma’s zijn. We hoeven hier helemaal niet uit te kiezen. Sterker nog, we moeten ze samen nemen! Wat is waarachtigheid waard als er geen waarheid aan ten grondslag ligt? Met het verwijt dat de orthodoxie er een half Evangelie op nahoudt, probeert hij zijn eigen boodschap aan de man te brengen: een boodschap zonder feitelijke, historische basis. Wat is dat voor evangelie? Dezelfde vorm van manipulatie kom ik tegen als hij schrijft over het omslagpunt: “Nu komt het aan op eerlijkheid en waarachtigheid. Als jouw werkelijkheid niet langer klopt met het verhaal, zeg je dan: ‘jammer voor de werkelijkheid’ of zeg je: ‘het verhaal klopt niet’?” Het hier geschetste dilemma klopt niet en de formulering met termen als ‘werkelijkheid’ en ‘verhaal’ (waar, maar niet waar gebeurd) is op zijn zachtst gezegd suggestief te noemen. Het gaat hier helemaal niet om de werkelijkheid, maar om de subjectieve beleving van de werkelijkheid. Deze correctie maakt dat het om een heel andere afweging gaat. Over eerlijkheid en waarachtigheid gesproken! Hoe vaker ik een dergelijke voorstelling van zaken in het boek tegenkwam en hoe langer ik hierover nadacht, hoe bozer ik werd. Uiteindelijk kon ik maar tot één conclusie komen: Ytsma is eropuit om zijn lezer erin te luizen en zelfs zijn keuze om het boek in te steken vanuit een gepijnigde en afgewezen auteur, ben ik steeds meer als manipulatie gaan ervaren. Ik bedoel hiermee niet dat hij zich niet gepijnigd en afgewezen heeft gevoeld (want daarvan ben ik overtuigd), maar de manier waarop hij dit nu gebruikt, is bedoeld om sympathie te wekken en drempels weg te nemen. De argeloze lezer die zich heel goed herkent in zijn gevoelens van onvrede, wordt zo maar al te makkelijk meegetrokken in de oplossingsrichting die Ytsma voorstaat. Wie nog meent te putten uit het feit dat het bij Ytsma nog wel om Jezus draait, komt bedrogen uit. Op p. 150 van zijn boek zegt hij onomwonden dat dit niet primair een theologische keuze is, maar een historische en een taalkundige afweging: kerk is christelijke kerk en dus: 'kerk van Jezus'. Als het erop aankomt is Jezus niets meer en minder dan een branding, een merk, en is zijn keuze uitsluitend gebaseerd op marketingstrategieën. Dit wordt vervolgens weer onderbouwd met zijn vermaledijde en bedrieglijke of-of verhalen: 'Akkoord, de een zal zich verbinden met het leven van Jezus, de ander met zijn dood en opstanding. De een zal zich verdiepen in de wonderen, een ander zoekt naar de betekenis van zijn woorden en parabels ... Het blijft een nadenken en zoeken rond Jezus. Met minder kunnen we niet toe.' Voor mij is dit niet anders dan afbreuk doen aan Gods Woord Boele Ytsma als bruggenbouwer? Ik hoop niet dat het zover komt, maar veel zal afhangen van wat gelovigen als bijbelgetrouw onderwijs krijgen voorgehouden. P.S. Onlangs kwam ik een spreuk tegen die mij erg deed denken aan de manier van redeneren die ik in het boek van Ytsma tegenkwam: God is good, God is fair,
Markeer als favoriet
Bookmark
Email dit artikel
Hits: 1135 Commentaar (0)
![]() Schrijf commentaar
|





