|
Op vrijdag 12 oktober 2007 besteedde het Reformatorisch Dagblad in de katern Mensen aandacht aan het thema 'Mannen'. Daarbij kwam ook het boek 'Met vreugde man zijn' aan de orde.
De vreugde van een man
Martien Jan de Haan: Ik zie velen om me heen worstelen met zichzelf
Lang niet alle mannen zijn man, vindt drs. Martien Jan de Haan. Regelmatig ontmoet de theoloog, tot voor kort directeur van stichting Tot Heil des Volks, mannen die in psychisch opzicht zijn blijven steken in de jongensfase van het leven. „Wat zij missen is een diepgewortelde vreugde in het hart. Volwassen mannen kennen die basisemotie wel. Zij zijn in staat eraan vast te houden, ook in moeilijke omstandigheden.”
Hij heeft het ideaal helder voor ogen. Volwassen mannen, zegt drs. Martien Jan de Haan, zijn mannen die vreugde en vrede als dragende krachten in hun hart hebben, die een evenwichtig beeld van zichzelf hebben, goed reageren op wat anderen over hen zeggen en zich niet door de omstandigheden van de wijs laten brengen.
In de praktijk van alledag komt De Haan weinig mannen tegen die aan het ideaal voldoen. „Eerder het tegendeel”, zegt hij. „Ik zie veel mannen worstelen met zichzelf. Zij hebben moeite met hun emoties, stellen zich moeilijk open voor anderen, tonen weinig initiatief, zijn bang te worden gekwetst en neigen naar vormen van verslaving omdat zij daarin tot innerlijke rust zoeken te komen.”
Over het man-zijn en de haperingen in de groei naar volwassenheid organiseert De Haan, verbonden aan een vrije baptistengemeente, vrijdag in Dordrecht een congres voor maatschappelijk werkers, therapeuten en belangstellende mannen. Zelf houdt hij een lezing waarin hij ingaat op het gedachtegoed van de Amerikaanse christentherapeut dr. James Wilder. Van Wilder verscheen onlangs het boek ”Met vreugde man zijn”. De Haan nam zowel vertaling als uitgave voor zijn rekening.
Basis
Wie volwassen man is, heeft volgens De Haan geleerd wat er te leren viel toen hij baby, peuter en jongen was. „Natuurlijk leert hij dagelijks bij. Maar de basis is gelegd. Van groot belang is de manier waarop hij is opgevoed. Waren zijn vader en moeder in zijn omgeving aanwezig? Dat is cruciaal voor de manier waarop mensen later zelfstandig in het leven staan.”
In de eerste periode van het leven (van 0 tot 4 jaar) moet de vreugde in de opvoeding centraal staan, vindt De Haan. „Door allerlei ervaringen die kinderen als veilig en plezierig ervaren, beklimmen ze voortdurend een soort Vreugdeberg. Een baby moet leren om van de top van opwinding weer uit zichzelf kalm te worden. Die kalmte noemt Wilder in zijn boek Kamp Vreugde. Een jongen die zichzelf tot rust kan brengen wanneer de gevoelens hoog zijn opgelopen, ontwikkelt een emotionele stabiliteit.”
Van groot belang is hoe ouders omgaan met teleurstelling en boosheid bij peuters en kleuters, aldus De Haan. „Jonge kinderen kopiëren het gedrag van vader of moeder, slaan het op in hun brein. Zij zijn nog niet in staat rationeel na te gaan hoe ze moeten reageren met negatieve emoties. Daarom is het goed als ouders even meegaan in die boosheid en daarna hun kinderen bij de hand nemen en terugbrengen naar Kamp Vreugde. Dat maakt kinderen veerkrachtig. Gebeurt dat niet, dan ontwikkelen ze geen hoopvolle verwachting op verbetering.”
Wie de kindfase niet goed voltooit, kan als man in psychisch en sociaal opzicht nogal onvolwassen overkomen, aldus De Haan. Kenmerkend voor een kinderlijke volwassenheid is een sterk egocentrische houding. „Alles draait om de man zelf. Is hij van zijn stuk, dan is hij niet of nauwelijks voor rede vatbaar. Hij kan zijn emoties en opwellingen niet beheersen. Doet zich een probleem voor, dan is hij bij voorbaat onschuldig. Moeilijke activiteiten gaat hij uit de weg. Hij is bang voor schaamtegevoelens, omdat hij de weg naar Kamp Vreugde onvoldoende onder de knie kreeg.”
Vader
Mannen die op evenwichtige manier naar de volwassenheid zijn gegroeid, blikken over het algemeen terug op een goede jongenstijd (4 tot 12 jaar). In die periode leerden zij voor zichzelf te zorgen, zichzelf te uiten, moeilijke klussen te klaren, verlangens te beheersen en eigen gaven en talenten te ontwikkelen.
De betekenis van vaders is in deze fase groot. „Zij moeten hun zonen leren om op verkenningstocht in het leven te gaan, zichzelf te zijn, taken te verrichten waar ze eigenlijk geen zin in hebben, feedback te geven op vragen, pogingen en falen. Ook moeten zij hun jongens laten uitvinden wat in het leven werkelijk bevredigt en wat slechts oppervlakkig vertier is. Een jongen moet ervaring krijgen in het beheersen van zijn gevoelens, zodat ze geen macht over hem krijgen. Ook in deze fase komt het aan op de vaardigheid steeds weer terug te keren naar Kamp Vreugde.”
Wie nooit jongen is geweest, groeit uit tot pseudovolwassene: zo iemand werkt hard en kent toch weinig voldoening, zorgt voor andermans behoeften maar neemt die van zichzelf onvoldoende serieus. Een onvolwassen man voelt zich schuldig als hij iets ontvangt. Ook meent hij geen fouten te mogen maken. Begaat hij een misstap, dan leidt dat tot nog meer perfectionisme.
Seksualiteit
Kinderen die de jongensfase niet goed doorlopen, groeien scheef in de periode waarin zij volwassen kunnen worden (volgens Wilder vanaf 13 jaar tot aan het huwelijk). In de omgang met leeftijdsgenoten moeten zij leren wat hun belangrijkste eigenschappen zijn, welke waarden en normen van belang zijn, welke taken ze in de gemeenschap moeten vervullen, wie ze zelf zijn en wie de groep is waarmee ze optrekken, hoe ze moeten omgaan met seksualiteit en vriendschap en hoe ze zorg kunnen dragen voor anderen.
In navolging van James Wilder pleit De Haan ervoor om de overgang van 12 naar 13 jaar te ritualiseren. „Dat kan door een feest te organiseren of door als vader met je zoon een dag op pad te gaan. Iedere jongen heeft het nodig om voorgelicht te worden over de groeispurt die eraan komt. Hij zal kracht ontwikkelen op verschillende terreinen: psychisch, seksueel, intellectueel, financieel en sociaal. Het is goed als vaders gericht met hun jongens in gesprek gaan over de mannenwereld waarin zij terechtkomen.”
Als het op weg naar volwassenheid misgaat, komt dat globaal gesproken door drie factoren, aldus De Haan. De eerste is wat hij schaart onder a-trauma’s: afwezigheid van liefde, aandacht en geborgenheid, waardoor mensen geen nieuwe contacten durven aan te gaan en zich moeilijk kwetsbaar kunnen opstellen. De tweede zijn de b-trauma’s: bedreigende zaken als mishandeling en rouw. De derde factor is volgens De Haan een zaak waar veel psychotherapeuten aan voorbijgaan: de macht van de zonde. „Je kunt bewust voor het kwade kiezen. Wie dat doet, brengt zichzelf in zijn persoonlijkheid schade toe.”
Priester
Wat De Haan aanspreekt in het boek van Wilder, is het feit dat volwassenheid vanuit diverse aspecten wordt belicht: de man als vader, vriend en geliefde, maar ook als priester en beschermer. „Een man met een priesterlijk hart laat zich niet in met roddel, kletspraat en al die onzin die door de boulevardbladen wordt gepubliceerd. Een priester bedekt, al ontkent hij het kwade niet. Hij speelt een bemiddelende rol, zorgt ervoor dat de communicatiekanalen openblijven en probeert het vertrouwen tussen mensen onderling te bevorderen.”
Om man te worden, is een goede relatie met volgroeide mannen onontbeerlijk, aldus De Haan. „Je leert het meest van mensen die op een open manier spreken over hun eigen ontwikkelingsgang door het leven. Hier zit meteen mijn punt van zorg. Want er zijn niet zo veel mannen die je kunnen vertellen hoe zij voorkomen dat ze zich verliezen in emoties als boosheid, woede, angst en wanhoop. Zelf ken ik weinig mannen die me kunnen zeggen hoe je vreugde en liefde van anderen kunt ontvangen, maar ook hoe je die zelf kunt geven aan mensen die op jouw pad komen.”
Beslissend voor de volwassen man is de vraag waar hij zijn vreugde vindt, zegt De Haan. „Ik ben ervan overtuigd dat de bron van blijdschap alleen de dienst van Jezus Christus kan zijn. Zelf heb ik de afgelopen jaren te maken gehad met zware tegenslagen. Wat mij grote troost gaf, was dat ik alle zorgen bij God kon neerleggen en dat ik op Hem kon vertrouwen. Dat neemt het verdriet niet weg, maar tegelijk is er toch vreugde. Omdat ik me dan geborgen weet in Gods hand.”
"Wie is gelukkig? De man die tevreden is met wat hij heeft”
Wie met vreugde man is, heeft zichzelf in de hand en is tevreden met wat hij heeft, zegt opperrabbijn Binyomin Jacobs (58) van het Interprovinciaal Opperrabbinaat. „Een kind windt zich snel op om kleine dingetjes, een volwassene moet zich kunnen beheersen
Man-zijn brengt vele verplichtingen mee, aldus Jacobs. De belangrijkste is misschien wel de zorg voor vrouw en gezin. „Want wie getrouwd is, voelt het feit dat hij een zware verplichting heeft om voor zijn gezin te zorgen. Hij is dus minder vrij dan iemand die niet getrouwd is.”
Twee vragen bepalen wat opperrabbijn Jacobs betreft in belangrijke mate het leven van een man. „In de Spreuken der Vaderen lees ik: „Wie is gelukkig? Hij die tevreden is met wat hij heeft.” Daarnaast lezen we ook: „Wie is sterk? Hij die zichzelf in de hand heeft.” Want wie zichzelf in de hand heeft, heeft de mogelijkheid om gelukkig te zijn. Hij laat zich niet leiden door emoties, tenzij hij weet dat die emoties goed zijn.”
Wie tevreden is met wat hij heeft en zichzelf in de hand kan houden, weet om te met onverhoopte tegenslag en moeite, aldus de opperrabbijn. Hij verwijst naar een parabel over twee mannen die een berg beklimmen en de stenen die ze op hun pad tegenkomen, moeten meenemen in een jute zak. De een gaat er gebukt onder. Die stomme stenen, denkt hij steeds. De ander draagt zijn last met vreugde. Hij ziet de stenen als diamanten en denkt: hoe meer hoe beter.
Opperrabbijn Jacobs: „Als we onverhoopte beproevingen kunnen zien als diamanten zijn we in staat om ze te accepteren en er niet onder gebukt te gaan. We beseffen dat ook een beproeving, ook als we die niet kunnen plaatsen, nut zal hebben en als diamant kan worden gezien.”
"Man moet als gezagsdrager opkomen voor gerechtigheid”
Mannen die zowel in psychisch als in geestelijk opzicht volwassen zijn, verstaan hun verantwoordelijkheid voor gezin, kerk en samenleving en weten welke talenten ze daartoe van God hebben ontvangen, zegt psycholoog dr. Jan van der Wal (52).
In een top 10 van boeken die hem persoonlijk hadden aangesproken, tipte Van der Wal, directeur van een christelijke zorginstelling, de lezers van deze krant ooit over een boek van ds. Jan Overduin (1902-1983), ”Worden als een man”. Wat hem daarin aansprak, was de manier waarop ds. Overduin verbanden legde tussen de geestelijke volwassenheid en de gevolgen die dat heeft voor het functioneren in het leven van alledag.
Volgens Van der Wal is het belangrijk dat mannen zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die zij min of meer, al naargelang de talenten die zij van God ontvingen, dragen voor hun leefomgeving. „De hedendaagse cultuur wil mannen graag meer vrouwelijke en jeugdige aspecten toedichten. Zelf pleit ik voor een aspect dat naar mijn mening typisch bij mannen past: als gezagsdrager opkomen voor gerechtigheid en daarbij moed en standvastigheid tonen.”
Het Bijbelse voorbeeld van koning Salomo kan mannen hierin de weg wijzen, aldus Van der Wal. „De Heere zegt tegen hem: „Wees sterk, wees een man.” Salomo’s opdracht is om te onderscheiden in goed en kwaad, om gerechtigheid te realiseren en daar ook voor te durven staan. Dat uit zich in allerlei zaken: hoe ga je om met je gezin, hoeveel aandacht geef je je vrouw en kinderen?”
Dat vreugde daarbij een dragende kracht is, is voor Van der Wal een uitgemaakte zaak. „Doorleefde, diepe vreugde is een gave van de Heilige Geest. Ze is onmisbaar om op een evenwichtige manier in het leven te staan.”
"Omarming van de naaste is niet alleen taak voor vrouwen”
Openstaan voor de nood van de ander, delen in de vreugde van mensen die op zijn pad komen - volgens Henk P. Medema (57), tot voor kort voorzitter van de stichting Mannen in Beweging, is die houding kenmerkend voor de volwassen man.
Medema, uitgever en vooraanstaand lid van de Vergadering van Gelovigen, vindt dat mannen zich tot nu toe al te zeer laten kenmerken door een „afgebakend zelf.” „Zij zijn bezig met hun taken: er moet brood op de plank komen, het gezin moet op de rails blijven. Dat is ook goed. Maar dat mannen open moeten staan voor wat zich in de wereld om hen heen afspeelt, komt daardoor niet altijd even goed uit de verf.”
Vrouwen staan volgens Medema anders in het leven. „Zij zijn opener, zoals de Oosterschelde openstaat voor het water van de Noordzee. Mannen bouwen een dijk om hun leven. Slechts af en toe laten ze via een sluis een schip naar binnen. Zij hebben weinig ruimte in hun leven voor de omgang met collega’s, gemeenteleden en het gezin. Maar zo komen ze niet tot het doel waartoe God hen als mens heeft geschapen: de omarming van anderen. Zeker, er is volgens de Prediker een tijd om zich verre van omarming te houden, maar er is ook een tijd om zich juist wel over de ander te ontfermen.”
Medema erkent dat de man zo meer feminine trekken krijgt, maar dat stemt wat hem betreft juist overeen met Gods bedoeling. „Mannen zijn in de eerste plaats mens. Als mens moeten zij zich gedragen op een manier die wij ten onrechte typisch vrouwelijk zijn gaan noemen. „Wij zijn vriendelijk tegen u geweest”, schrijft Paulus aan Thessalonica, „zoals een voedster haar kinderen koestert.” Paulus’ gedrag is niet vrouwelijk, maar menselijk.”
Uit: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 12 oktober 2007, geschreven door Ben Tramper. De foto is van Cappi Thompson.
|